‘We durfden de truck niet los te laten’ Maxxis Dakar Team

donderdag, 16 januari 2014

‘We durfden de truck niet los te laten’ Maxxis Dakar Team

Een paar seconden wist Jurgen van den Goorbergh heel zeker dat zijn Dakar was afgelopen. De Super B-truck ging glijden op een duin en de bemanning voelde de Ginaf kantelen. “Maar nét op tijd stopte hij. We zijn eruit gekropen, maar we durfden nauwelijks de deur los te laten omdat we bang waren dat ‘ie dan alsnog om zou gaan.”

Kees Koolen, Jurgen van den Goorbergh en Gijs van Uden beleefden hachelijk momenten in de duinen die het begin vormden van de tiende etappe, van Iquique naar Antofagasta. De aanblik van het bivak aan zee, uren later, was dan ook meer dan welkom voor de mannen. “Ik had niet gedacht dat we hier zouden zijn, laat staan dat we hier ver voor middernacht al zouden zijn”, zei Van den Goorbergh, de navigator op de truck.
Aanvankelijk was hij wel blij dat de duinen in het begin van de 631 kilometer lange etappe lagen. “Beter dan op het eind. Met een fris hoofd de duinen in, is aanzienlijk prettiger dan wanneer je er al een dag ploeteren op hebt zitten.” Al bij kilometer 35 was Van den Goorbergh minder blij. “We moesten daar haaks links een duin op, maar er stonden al vijf, zes auto’s en vijf, zes trucks die niet boven kwamen. En dan moet er nog 600 kilometer komen!”
Na overleg met Pierre Blom, die met de Tatra van Marcel Schoo voor hetzelfde probleem stond, besloten de mannen een alternatieve route te kiezen: links om het duin heen. “Daardoor waren we ongeveer 5 kilometer van de route afgeweken en kregen we telefoon van de wedstrijdleiding: we moesten rechtsomkeert maken, dezelfde weg terug rijden en maken dat we zo snel mogelijk uit dat gebied weg kwamen. We mochten daar dus duidelijk niet komen.”

Terug bij het duin waar het om was begonnen, bleek het uiteindelijk niet onmogelijk om boven te komen. Na een paar keer proberen, stuurde Kees Koolen zijn Ginaf er overheen. “Maar ja, 15 kilometer verderop was er weer zo’n duin waar wat auto’s stonden die niet omhoog kwamen”, vertelt Van den Goorbergh. “Kees wilde het toch proberen, dus hij zette aan en we gingen links, links, links, de truck begon aan de achterkant te schuiven en ik voelde ‘m kantelen. Ik was ervan overtuigd dat het einde verhaal was. Iedereen zette zich schrap om de klap om te vangen en toen stopte hij. Nét op tijd.”

Koolen, Van Uden en Van den Goorbergh klommen aan de linkerkant uit de auto, maar durfden de deur niet los te laten. “We waren bang dat de auto dan alsnog om zou gaan, maar dat gebeurde gelukkig niet.” Heel voorzichtig groeven ze de wielen uit om de truck weer enigszins recht te krijgen. Een flinke peut gas was daarna genoeg om de Ginaf weer in koers te krijgen.

“Gelukkig was het daarna allemaal niet meer zo moeilijk. Die 200 kilometer van het tweede deel van de proef stelden eigenlijk niet zo veel voor. Ook niet in het donker. Dat waren overwegend vlakke, brede mijnbouwpaden waar je makkelijk met 80, 90 overheen kon. Toen we gingen kantelen, was ik er zeker van dat onze Dakar voorbij was, dat we het bivak in Antofagasta niet gingen halen. Toen we weer reden, zeiden we tegen elkaar dat het zeker niet voor middernacht zou zijn voordat we er waren. En uiteindelijk viel het allemaal reuze mee.”

De tiende etappe stond al met rood gemarkeerd in de agenda van Van den Goorbergh, bij de elfde etappe staan dikke rode uitroeptekens. De 605 kilometer lange proef gaat van Antofagasta naar El Salvador. “De duinen van Copiapo: dat wordt een puinhoop,” voorspelt hij. “Ik hoop dat we er nog met een beetje licht aankomen. Het wordt hoe dan ook een pittige dag, maar misschien valt het mee – net als nu.”