Kees Koolen schrijft Dakar-geschiedenis

maandag, 20 januari 2014

Kees Koolen schrijft Dakar-geschiedenis

Hij deed het al met de motor (2009), de buggy (2012) en de quad (2013) en nu stond Kees Koolen met de truck op het podium van de Dakar. Koolen schreef in Valparaíso geschiedenis door als eerste in de historie van de rally in alle vier de categorieën te finishen. Deze keer stond hij niet 'solo' op het podium, maar vergezeld door Jurgen van den Goorbergh en Gijs van Uden.


Het idee om alle categorieën te doen was ongewild afkomstig van Jurgen van den Goorbergh. Bij de finish in Lima twee jaar geleden, toen Koolen en Van den Goorbergh bij de derde poging eindelijk wisten te finishen met hun buggy’s, vroeg die zich hardop af of er al eens ooit iemand in alle vier de klassen had meegedaan. Nog voor hij zijn zin af had, besefte hij wat hij had aangericht. Koolen wil wat nog niemand heeft gedaan.
Dat was voor Van den Goorbergh ook de belangrijkste reden om als navigator mee te gaan op de truck. “Ik kon dat niet weigeren. Het was toch een beetje mijn schuld.” Van den Goorbergh wil liefst nog een keer met de motor, in het kistklassement. Eigenlijk was dat voor dit jaar al de bedoeling, maar hij kreeg het niet rond en zette het plan in de ijskast toen Koolen hem meevroeg.
In vergelijking met de andere drie categorieën is de truck het gemakkelijkst, vindt Koolen. “In ieder geval fysiek. Je hebt er weinig van te lijden, je hoeft niet superfit te zijn – tenzij je voor de topklasseringen gaat – en je komt overal vrij gemakkelijk doorheen. Het is mij heel erg meegevallen, terwijl dit toch echt een zware Dakar was. Ik zal ongetwijfeld mensen beledigen, maar ik vind het met de truck een vakantieritje.”
Wat het moeilijk maakte en ook tegenviel, was de truck. Koolen rijdt met de Ginaf waarmee Edwin van Ginkel een aantal jaren snelle service reed. “Dat had ik anders moeten doen, want we hebben elke dag wel wat gehad: turbo kapot, koelingsproblemen, bandenaflaatsysteem kapot. We hadden ook eigenlijk net iets te weinig vermogen voor het zand en moeilijke duinen. Maar ja, we hebben het ermee gered en dat is dan ook wel weer mooi.”
 
Het ging niet vanzelf. Al in de tweede etappe dreigde de Maxxis Super B-truck uit te vallen. Door een kapotte turbo kwamen Koolen, navigator Jurgen van den Goorbergh en monteur Gijs van Uden zo laat bij de duinen, dat ze daar nauwelijks doorheen kwamen in het donker. Met drie gemiste waypoints, een opgevraagde code en een forse overschrijding van de tijdslimiet kwamen ze toch aan de finish.
Het grootste gevolg was dat de equipe al na twee dagen achter de feiten aanhobbelde, pas laat mocht starten en over kapot gereden paden moest. Maar met name Koolen en Van den Goorbergh – Van Uden zat voor het eerst in de wedstrijd – zijn inmiddels ervaren Dakarrotten die al voor heter hadden gestaan. Opgeven kwam niet in ze op.
En eigenlijk ging het ook steeds beter. Koolen leerde de beperkingen van de Ginaf kennen, paste zijn rijstijl daarop aan en hield goed voor ogen dat het klassement ver ondergeschikt was aan het doel: de finish halen. Eén keer dreigde de woestijn een stokje te steken voor de plannen: op dag 10 scheelde het niet veel of de Maxxis Super B-truck kukelde van een duin.
Van den Goorbergh: “Het was een steile duin, maar Kees wilde het toch proberen. Hij zette aan en we gingen links, links, links, de truck begon aan de achterkant te schuiven en ik voelde ‘m kantelen. Ik was ervan overtuigd dat het einde verhaal was. Iedereen zette zich schrap om de klap om te vangen en toen stopte hij. Nét op tijd. We durfden na het uitstappen de deur niet los te laten, bang dat de auto dan alsnog om zou gaan, maar dat gebeurde gelukkig niet.”
In etappe 11, de koninginnenrit van de Dakar 2014, haalde de equipe zelfs haar beste prestatie met een 24ste plaats. Na de twaalfde etappe was Koolen pas enigszins gerust, maar ook op de laatste dag deed hij nog voorzichtig aan: “Er zijn toch altijd weer mensen die op zo’n laatste etappe crashen. Zonde.”
 
Meteen na het podium vloog Koolen naar Sao Paolo, waar hij een aantal zakelijke afspraken heeft voor hij met het Maxxis Super B-team maandag terugvliegt naar Nederland. “We gaan weer aan het werk. Kan goed, ik ben helemaal niet moe. De vakantie is voorbij…”
En volgend jaar? “Niet meer op de motor in ieder geval, tenzij het met een zijspan mag want dat is ook zo'n onmogelijke opgave. Misschien nog een keer op de quad; dat vond ik eigenlijk het leukste om te doen. Maar ik denk ook aan een 4x4, T1-klasse. Dan heb ik vijf klassen gedaan. Ik moet er nog eens rustig over nadenken.”