Verhoeven en Van Pelt nemen geen risico’s

maandag, 05 januari 2015

Verhoeven en Van Pelt nemen geen risico’s

Frans Verhoeven en Robert van Pelt zijn zonder risico’s te nemen aan de Dakar 2015 begonnen. De eerste etappe, met een klassementsproef van 175 kilometer, was niet al te moeilijk maar wel heel snel. De hoge snelheden, in combinatie met het navigeren, waren voor beide Yamaha-coureurs weer even wennen.

Met de 19de tijd was Frans Verhoeven niet ontevreden. “In het begin was ik wat onzeker vanwege die snelheden. Ik heb een top van 165 kilometer per uur gehaald. Maar met links en rechts waterspoortjes, voelde ik me niet helemaal zeker. Na een kwart van de proef was dat wel over en had ik het ritme te pakken.”

Na de proef volgde nog een verbinding van dik 500 kilometer naar het bivak en dat was wel even doorbijten. “Het werd ook goed warm,” vertelde Verhoeven. “De laatste 100 kilometer leek het wel of de warmte uit de grond kwam.” Ook Robert van Pelt had moeite gehad met de verbinding. “Die lange liaisons liggen mij slecht. Het is zo moeilijk om dan geconcentreerd te blijven.”

In de special was dat geen probleem. Daar was Van Pelt vooral druk met leren. Zijn Yamaha is 20, 30 kilometer per uur sneller dan de motor waarmee hij de afgelopen jaren als kistrijder de Dakar reed. “Dat is een aanzienlijk verschil. Ik heb nog niet veel op deze machine kunnen rijden, dus ik weet nog niet precies hoe de motor reageert in verschillende situaties. Met die hogere snelheid moest ik zoeken naar de rempunten. Ik heb dus wel veel geleerd vandaag, maar dat kostte wat tijd. Met de 46ste plaats heb ik ook weer niet heel veel laten liggen, dus ik ben wel blij. Het is geen slechte uitgangspositie voor morgen, als we de langste special van de Dakar hebben. Daar wordt wel al een selectie gemaakt hoor.”

Dat idee heeft Verhoeven ook. “Op 518 kilometer kan veel gebeuren,” weet hij uit ervaring. “Ik denk dat morgenavond de kaarten aardig geschud zijn. Als ik zie hoe ze op de eerste dag al tekeer gaan voorin, lijkt het mij verstandig om wat behoudender te rijden. Het zal aankomen op intelligent rijden en geen fouten maken. Starten in de top 20 is dan prima. Dan zit je in de goede flow.”