Racen met kartvereniging A La Karte

maandag, 11 juni 2012

Racen met kartvereniging A La Karte

Niet bang zijn, voet op het gas!

‘Probeer die ideale lijn te vinden!’, benadrukt A La Kart-voorzitter Sven Gijsberts nog maar eens. Dat moet lukken, denk ik optimistisch. Ik scheur in rode overall weg in de razendsnelle racekart van de Drienerlose kartvereniging. In een van de eerste bochten, de G-spot (tja, ik heb ’t ook niet verzonnen) gaat het mis. Mijn kart slipt en ik maak een even hilarische als spectaculaire spin. 

TEKST: JOCHEM VREEMAN | FOTO’S: GIJS VAN OUWERKERK >

‘Dat viel niet mee, hè’, zegt Gijsberts (bedrijfskundestudent) lachend als ik na nog meer soortgelijk gestuntel mijn eerste rondjes erop heb zitten. Samen met bestuurslid Tim Terpstra (werktuigbouwkunde) keek hij naar mijn capriolen in een van de drie racekarts die A La Kart (bijna vijftig leden) in eigendom heeft. Hij drukt het zacht uit, want hoe krijg ik dit racemonster ooit onder controle? ‘Een 17 pk sterke 4-taktmotor van Honda’, vertelt Terpstra trots. ‘De kart heeft een on-board tijdwaarneming waarmee we van alles kunnen meten. En o ja, de topsnelheid ligt rond de 110 kilometer per uur.’ Zoals wel meer mensen heb ook ik wel eens een rondje gereden op een kartcircuit. De laatste keer waande ik me Jos Verstappen in een opgevoerde grasmaaier. Want het ging best aardig, in die huurkarts. ‘Zie je die kinderen?’, wijst Terpstra? ‘Die rijden ook in huurkarts, lekker veilig. Die wagentjes hebben iets minder pk’s dan onze eigen karts.’ Er wordt me opeens veel duidelijk. 

Terwijl het circuit weer voor even het toneel is van de huurkartcoureurs, kom ik tot rust in het sleutelhok van de vereniging, vlak naast de kartbaan in Oldenzaal. ‘Het motorhome noemen we dit. Hier sleutelen we aan de karts. Ook op de campus hebben we een ruimte, die is vooral voor de winterperiode. 

We zijn hier meerdere malen per week te vinden, even afhankelijk van hoe druk we het hebben met de studie.’ In het motorhome blijkt meteen dat de jongens over flink wat motorische kennis beschikken. Maar dat is ook niet zo gek als je hoort dat Gijsberts al zeker tien jaar bezeten is van deze pijlsnelle wagentjes en Terpstra zelfs een eigen kart heeft. 

Oke, het is tijd voor poging twee. Ik krijg nog wat tips mee. ‘Probeer de bocht goed aan te snijden en houd je lichaam in evenwicht. En mocht je angst voelen, bedenk dan dat karting een van de veiligste sporten is. Niet bang zijn, voet op het gas! Ik ben ooit eens met 100 km/h in de bandenstapel gereden, maar had geen schrammetje!’, voegt Gijsberts er nog even fijntjes aan toe. Ik besluit maar niet al te lang stil te staan bij die laatste opmerking en raap mijn goede moed bij elkaar. Na nog wat tips over het gebruik van de rem, onderstuur, clipping points en acceleratie, slinger ik de kart weer aan. En eerlijk is eerlijk, het gaat al een stuk beter. Ik merk dat ik kick op de snelheid, vooral omdat je zo dichtbij het asfalt zit. Terwijl ik ervan overtuigd ben dat ik nu op die 110 km/h zit, hoe krankzinnig ook, ram ik vol gas door de zogenaamde koffiebocht. De G-krachten nemen bezit van me. Ik rijd de bochten steeds beter van buiten naar binnen en krijg feeling met die roemruchte ideale lijn. Mijn gepruts van zo-even lijkt een eeuwigheid geleden. ‘Prima, ziet er goed uit!’, schreeuwt Terpstra. Ook hij zet zijn helm op en springt de kart in. Eerst rijdt hij achter me. Als ik voor mijn gevoel op topsnelheid de Oldenzaalse bossen voorbij zie trekken, haalt hij me toch in. Ik merk dat hij de ideale lijn toch wat beter te pakken heeft dan ik. Maar wat maakt ’t uit? Karten is een fantastische sport! Als ik even later in mijn auto richting Enschede ‘race’, ben ik een gevaar op de weg. Het kan voor m’n gevoel niet snel genoeg gaan. Rotondes? Ook die hebben een ideale lijn!