Eurol Dakar Experience Trip 2018

Een reisverslag van Dennis Beute.

De finale van de Dakar

Als je van 'de dood of de gladiolen' houdt, oftewel doorgaan in de flow van een oneindige roadtrip van prachtige natuur impressies, rauw uithoudingsvermogen, menselijke en motorische krachtvertoning en een drang naar mannelijk adrenaline ... dan is een trip naar de Dakar een echte aanrader. Als je het zo leest dan zou dit zo op een website voor groepsreizen kunnen. Oftewel; Dakar is a must do in life.

Maar niets gelogen. Thelma en Louise waren hier niks bij.

Zo'n zes dagen geleden vertrokken we met een groep van ondernemers die voornamelijk uit de automotive branche kwamen, maar goed mixten met een diversiteit aan liefhebbers van de rallysport. (Verf)boeren, horeca, schoenen .. iedereen gedreven door het avontuur. Ja wat doe je jezelf dan aan? Want je reist eerst 30 uur voordat je aan de ander kant van de wereld staat. Komt aan in een hitte die als een natte deken over je heen valt, in het volkse stadje San Juan. Gelijk na aankomst maakten we kennis met de lokale bevolking. Je kan ze aan deze kant van Argentinië het meest vergelijken met die Peruaanse pamfluitspelers die overal in de binnenstad opduiken. Ruwe koppen, veel overtollige vetrandjes, eenvoudig gekleed en de huizen en winkels zijn slecht onderhouden. Wat sowieso opvalt in Argentinië is dat het land erg divers is qua natuur, maar vooral dat er zo weinig mensen wonen. In totaal officieel zo'n 45 miljoen, waarvan een groot deel in Buenos Aires. Hier rijdt je honderden kilometers en zie je soms drie kleine dorpjes. Niemand die een woord Engels spreekt, dus een beetje onderdompelen in de lokale gebruiken is er helaas niet bij. Dus wat doe je dan? Precies. Je claimt als goed herkenbare groep van grote Europeanen met kleurrijke shirts en petjes een terras en spekt de plaatselijke kas door al het bier op te kopen wat er te verkrijgen is. Na de gebruikelijke bavianentaal en grote lachsalvo's werden we een paar uur later naar een open lucht restaurant gebracht. Eerst wat groen gepruts op tafel en ja hoor. Argentijnse steaks zo groot als de billen van Nicki Minaj, belegd met eieren van de Boliviaanse dodo. 's nachts leek San Juan uitgestorven, maar een navigator van mijn klasse weet altijd nog een goed tentje te vinden 'waar het los gaat'. Onderweg naar morgen dus, want de ochtend begon alweer vroeg.

De terreinwagens werden bij de plaatselijke Carrefour vol geladen met drank en proviand en weg waren we. Op weg naar mijn Dakar ontmaagding. Die dag was het in de schaduw 40 graden en mochten we bij way point 1 parkeren. Eenmaal boven aangekomen bleken alle locals de mooi plekken te hebben ingenomen en zijn we uit het oog van de politie over de hekken geklommen en door de dessert naar een stuk gebanjerd waar de coureurs op centimeters afstand langs kwamen. Elf man onder een boom. Op camping stoeltjes die binnen twee uur sneuvelden Na een uur en liters zweet was het zover. Eerst de motorrijders, daarna de auto's en kwad's en uiteindelijk de trucks. Wat een geweld. We proefden stof. We werden overrompeld door snelheid en voelden ons al kleine kinderen zo blij.

Helaas voor ons waren we na drie uur compleet door onze drank heen en moesten we terug naar de locals. Beschutting zoeken, petjes verkopen voor drank en mingelen met de bevolking. Prachtig om te zien hoe lief die mensen zijn. We werden onthaald als gasten en kregen vlees van de bbq, water en een zeiltje om te schuilen. Door de 50 graden in de zon hadden we ons eigen Dakar gevoel en moesten we ervoor waken dat we niet van ons stokje gingen. Al met al kregen we dikke kriebels van alles dat langs kwam scheuren en bleven die geluiden van de motoren lang hangen. Impressive.

Toen de avond viel hebben we de stoute schoenen aangetrokken en zijn we naar het bivak gereden. Zwaar beveiligd, buiten San Juan. Monteursteams wachten daar op binnenkomst en gaan gelijk aan de slag. Coureurs pakken een geïmproviseerde douche, eten wat en duiken liefst zo snel mogelijk in hun puptentjes. Elke dag tussen de 500 en 900 kilometer sturen, in deze omstandigheden, trekt een geweldige wissel op alle mensen. Niet alleen de rijders, maar ook op het hele circus eromheen. Diep respect voor de mannen en vrouwen die drie weken lang extremiteiten ontberen. Weinig slaap, kou, warmte, tropische regenbuien, modder, hoogte. Alles komt langs. Maar wat opvalt is dat ze het slikken. Alles gaat in een euforische flow en verstand op nul houding. Niet piepen maar goan. Je werkt het hele jaar naar de drie meest heftige weken van het jaar toe. Moderne zelfkastijding.

Fifty shades of oily hands

De ontmoeting met de teams is hartelijk en mede door Taco die iedereen kent kunnen we overal dichtbij komen. Sixpacks zijn overal voor ons voorradig en we zijn misschien wel even een welkome afwisseling voor de mensen op het kamp. Dagverhalen worden afgewisseld met de zware tijd in Bolivia en heel even voelen we ons onderdeel van dit geweldige fenomeen. Als een vreemde eend in Burgers Bush. Maar toch.

Midden in de nacht moeten we dan echt naar huis. Als bij iedereen het licht nog brand en de monteurs de voertuigen weer klaar maken voor vertrek. Schades worden gerepareerd. Onderdelen gereviseerd. De hele nacht wordt doorgewerkt , onder primitieve omstandigheden. Als we weglopen struikelen we over de puptentjes. Een hotel en echte douche zien de mannen niet. We liften 's nachts mee in de open bak van een local, terwijl de warmte nog steeds over ons heen valt. De geur van zweet mengt zich met die van euforie. Drie uur later mogen we weer.

Vandaag rijden we mee met de race. De route schrijft zo'n 700 kilometer voor. Stage 1 pakken we aan het eind, maar we komen niet dichtbij genoeg. Daarom besluiten we om door te rijden naar stage 2. Onderweg zwaaien we als een dolle naar de toeschouwers die je her en der langs de route vindt. Op deze verbindingsroutes mogen de coureurs niet te hard rijden en komt de karavaan in een aantal uren achter elkaar aan. Iedereen rijdt voor zichzelf. Door onze Pick up truck met stickers lijken we op een Dakar team en worden we binnen gehaald als ware Dries Roelvinks op de kermis van een plattelandsdorp. Our fame is our fortune. We stoppen nog even langs de weg voor gegrilde kip met bijbehorende darmkramp en luchtaanvallen en spoelen het geheel de hele dag weg met Corona's en lokaal bier. Zwemmen zullen ze die bacteriën. Halverwege de rit gaf Google een redelijk normale weg aan, maar bevonden we ons 80 kilometer lang op een zandweg vol met stenen, dwars door de bergen. Wilde paarden, ezels, geiten, koeien, alles liep in het wild rond en we hadden ons eigen Dakar. Gloeiende remschijven, schokbrekers die overuren moesten maken en banden die vervangen konden worden. Met dank aan Giso die zijn race licentie meer dan waar maakte. Uiteindelijk waren we toch blij toen we na anderhalf uur weer verharde weg tegen kwamen.

En toen kwam het. Eenmaal in Merlo aangekomen gooiden we de wagen nog maar eens vol en bluften we ons langs de politie een berg op. Na een half uur kwamen we op oneindige mooie hoogte en keken niet alleen over Argentinië uit, maar meenden we zelfs de Eiffeltoren te herkennen. We twijfelden nog even over een parapente avontuur, maar de zorg voor onze gezinnen vonden we belangrijker dan een vlucht in adrenaline en een volle broek. Zo zijn we dan ook wel weer hè. Familiemannen. Boven aangekomen bleken we de enige toeschouwers te zijn. Truck aan de kant, tussen de rijders geparkeerd en stoïcijns kijken. Of we werden hier door Julio Poch uit een vliegtuig gegooid of we hadden de mooiste plek van iedereen. Want hier startten alle voertuigen 1 voor 1 voor hun tweede proef van die dag. Deze mannen hadden hier 5 minuten voor een plasje, een kort praatje en bam, daar gingen ze weer en konden wij ze een kilometer lang zien. De politie en de leiding van de race lieten ons met rust en we hebben urenlang genoten van dit scenario.

Toen moesten we de berg af op weg naar het bivak in Rio Cuarto en ja, dat was lastig. De grote jongens stoven nog naar boven en kwamen vervaarlijk om de hoek. Bijna onder werden we dan ook onder politie escorte van de weg gehaald en naar een alternatieve route gebracht. Er werd even op de hoeveelheid flesjes en blikken gewezen, maar ze trapten gelukkig in onze onschuldige Joran van der Sloot gezichtjes. "Die zijn niet van ons oom agent" en eerlijk is eerlijk, de chauffeur dronk niet. Doorsturen naar Rio Cuarto dus.

Om negen uur s avonds kwamen we aan en dit keer waren er erg veel outsiders op het kamp. De Dakar club, sponsoren etc. Langs de straat vertier , maar op het bivak draait dan gewoon alles door. Klaar maken voor de laatste challenge van 60 kilometer en daarna de lange 700 km naar het podium in Buenos Aires. We zaten een tijdje met Erik van Loon. We aten met het Veka team en verdomd, kok Jan overtrof alle verwachtingen. Na een dag van ranzigheid en slap geouwehoer waren we toe aan een lekker plastic bordje met goed eten. Nog bedankt Jan!!

Helaas moesten we nog twee uur rijden naar Villa Mercedes waar we om half 1 s nachts aankwamen. Weer zo'n aggenebbis dorp, maar ... het pleintje zat toch nog vol en ons hotel was best oké. Vermoeid na bijna 1000 km die dag moesten we natuurlijk even rond kijken naar de plaatselijke architectuur en werd het live merengue en grote biertaps op tafel. Ik heb nogal vaak dorst dus dit bleek een uitkomst voor mij. Maar ook killing. Om zes uur ging mijn lichtje uit en mocht ik op de knieën naar mijn kamer.


De laatste dag alweer. Vier en een half uur rijden naar het vliegveld Cordoba en een uurtje vliegen naar Buenos Aires. Daar vanaf het vliegveld in de bus en gelijk door naar de plek van de ceremonie. Groot feest natuurlijk. Impactfull. Jammer dat Argentijnen niet kunnen organiseren want qua catering weer compleet ruk, maar we redden ons zoals gewoonlijk wel. Inventief als we zijn. Blikken uit de supermarkt en hamburgers of biefstuk van het aangrenzende restaurant. Teams overal verdeeld langs de route en iedereen krijgt zijn Three minutes of Fame. En dat gaat uren door. Uren.

Nachtelijk Buenos wordt bevolkt door de vele teams en malloten zoals wij en iedereen gaat compleet uit z'n dakje. Tot in de late uurtjes. Gelukkig heeft de bevolking hier wat meer stijl en vind je hier ook betere clubs. Dakar mengt zich met de Argentijnen en er worden 's nachts veel penvriendschappen gesloten.

Ik ben uiteindelijk blij als ik de zijden lakens van het Sheraton over me heen mag trekken en terug mag kijken op een geweldige ervaring. De oogjes vallen vanzelf dicht.

Wakker worden door het geronk van de motoren. De teams rijden hun voertuigen uit de parking en gaan op weg naar de haven. Voor ons is de terugreis slechts een formaliteit. In het vliegtuig eindelijk tijd om alle foto's en filmpjes te kijken. De ogen zien langzaam scheel als een ware Daktari en we dommelen allemaal heel langzaam weg.

Damn. Wat was het gaaf. Volgend jaar weer Dakar ? Who knows.

'Live life to the fullest' is het toch?!